JIP en JANNEKE
Wie kent ze niet: Jip en Janneke. Ze spelen altijd samen, zijn ondeugend, hebben heel veel plezier, maar maken soms ook wel eens ruzie. Dat is wat beste vriendjes doen. Ook in jij hebt vast wel een vriendje of vriendinnetje waarmee je vaak buitenspeelt.
Op deze site komt elke maand een nieuw Jip en Janneke verhaal, zodat je je nooit meer hoeft te vervelen.
|
Jip liep in de tuin en hij verveelde zich zo. Maar kijk, wat zag hij daar? Een klein gaatje in de heg. Wat zou er aan de andere kant van de heg zijn, dacht Jip. Een paleis? Een hek? Een ridder? Hij ging op de grond zitten en keek door het gaatje. En wat zag hij ? Een klein neusje. En een klein mondje. En twee blauwe oogjes. Daar zat een meisje. Zij was net zo groot als Jip. Hoe heet je? vroeg Jip. Janneke, zei het meisje. Ik woon hier. Gisteren woonde je nog niet hier, zei Jip. Vandaag woon ik hier, zei Janneke. Kom je met mij spelen? Ik zal door het gat kruipen, zei Jip. En hij stak eerst zijn hoofd door het gat. En toen zijn ene arm. En toen zijn andere arm. En toen zat hij vast. En Janneke trok aan zijn ene arm. En toen aan zijn andere arm. Maar het hielp niet. Jip zat vast. En Jip huilde. En hij gilde. Daar kwam Jips vader aangelopen in het ene tuintje. En Jannekes vader kwam aanlopen in het andere tuintje. En samen hielpen zij Jip weer terug. Zo, zei Jips vader, nu heb je een buurmeisje. Maar je moet eerst netjes de voordeur uitgaan en bij Janneke de voordeur in. Dan mag je samen spelen. En zo gebeurde het. Jip en Janneke speelden samen. De ene dag in Jips tuintje. De andere dag in Jannekes tuintje. En zij speelden vader en moedertje.
|
verteld door Annie M. G. Schmidt
getekend door Fiep Westendorp
|
Kijk, zegt Jip, de jongens zijn aan het pootje baden. Ja, zegt Janneke. Maar het zijn grote jongens. Wij doen ook mee, zegt Jip. Wij zijn ook groot. Hij doet zijn schoenen uit. Mag het wel? zegt Janneke. Natuurlijk, zegt Jip. Kom, doe je schoenen uit, Janneke. Janneke vindt het een beetje griezelig. Maar ze trekt haar schoentjes uit. Is het niet te diep? vraagt ze. Nee fijn, zegt Jip. Hij staat al tot zijn enkels in het water. Er is wel veel modder zegt hij. Zijn er geen beesten in het water? vraagt Janneke. Nee, zegt Jip, kom nou. Dan gaat Janneke ook. Het is wel leuk. Het water is koud maar dat hindert niet. Alleen de grote jongens zijn niet lief. Ze plagen Jip en Janneke. Ze spatten met water. Schei uit! schreeuwt Jip. Maar ze doen het toch. En ze proberen Janneke omver te duwen. Eindelijk gaan de grote jongens weg. Ziezo, zegt Jip ik heb ze weggejaagd. En hij is trots. Maar nu is er opeens toch niet veel meer aan. Kletsnat en onder de modder kruipen Jip en Janneke op het droge. Waar zijn mijn schoenen? roept Janneke. De schoentjes zijn weg. Ach, ach, dat hebben de grote jongens gedaan. Daar! roept Jip. Jannekes schoentjes hangen in een boom. Heel hoog. Ik kan er nooit bij, zegt Janneke. Wacht, zegt Jip, klim maar op mijn rug, dan kun je er wel bij. Dat doen ze. En het gaat. Als Janneke op Jips rug staat kan ze net de schoentjes pakken. He, he, gelukkig. Ze zijn zo blij. Maar de moeder van Jip is niet zo blij. En de moeder van Janneke is ook niet blij als die twee thuiskomen. Want ze moeten helemaal in het bad. En de kleertjes ook.
|
verteld door Annie M. G. Schmidt
getekend door Fiep Westendorp
Jip heeft een eigen tuintje. Hij mag het zelf omspitten. En Janneke helpt. Nu is het tuintje omgespit en vader zegt: Vanmiddag zal ik jullie helpen. Dan gaan we zaaien. Bloemetjes zaaien.
En worteltjes. Wacht maar tot vanmiddag. Maar Jip en Janneke zijn zo ongeduldig. Ze willen nu meteen iets doen. Vader is naar kantoor en Jip zegt: Zullen we zelf bloemetjes zaaien?
Goed, zegt Janneke. Hoe moet dat? Ik weet niet, zegt Jip. Weet jij het? In onze tuin staan bloemen, zegt Janneke. Laten we die maar halen. Dan gaan ze naar de tuin van Jannekes huis.
Daar bloeit al heel veel. Kijk deze, zegt Janneke. En ze plukt er een paar. En deze, zegt Jip en hij plukt een handvol.
Ze hebben nu een heleboel bloemetjes. En ze gaan er mee naar Jips tuintje. Kijk, zegt Jip, we graven kuiltjes, kijk zo, en we zetten de bloemetjes erin.
En dan de kuiltjes weer dicht. O, wat werken ze hard. Eerst een rij gele bloemen. Dan een rij paarse. Ziezo, zegt Janneke. Je tuin is klaar. Hoera.
Als vader thuis komt, roept Jip: Vader, we hebben al bloemetjes gezaaid.
En ze bloeien al. O ja, zegt vader. Laat eens kijken. Maar als ze gaan kijken... o jee, de bloemetjes hangen al slap. En sommige zijn omgewaait. Het is niet mooi meer.
Janneke moet ervan huilen. Het was zo prachtig, snikt ze.
Ja zegt vader. Maar als je echte bloemetjes wil hebben in een echt tuintje, dan moet je ze eerst zaaien. En niet zo maar erin stoppen. Kom nu gaan we het goed doen.
Ze halen de bloemen eruit. En vader doet voor, hoe je moet zaaien. Het tuintje is nu weer helemaal zwart. Maar vader zegt: Wacht maar, over een poosje is het groen.
En daar wachten ze nu samen op.















